Meng de kip met 100 milliliter ketjap manis en het sap van 1 ½ limoen en kruid royaal met zout en peper. Dek de schaal af met en laat minimaal 2 uur maar liefst langer marineren.
Rijg de kip aan de satéstokjes en houd daarbij de overgebleven marinade apart. Dek de schaal af en zet koel weg totdat je de saté gaat bereiden.
Verhit wat olie in een wok op middelhoog vuur en fruit er de knoflook, sjalot, lomboks, rawits, trassi, petis undang en het kaffir limoen blad ongeveer 5 minuten in. Maal de ingredienten in een vijzel samen met de vliespinda’s tot een fijne boemboe (of gebruik een keukenmachine).
Breng in een steelpan op middelhoog vuur de boemboe met 250 milliliter water aan de kook. Voeg het palmsuiker toe. Neem de pan van het vuur en roer de overige ketjap manis en het overige limoensap erdoor. Vind je de saus te dik, dan kun je nog wat extra water toevoegen.
Gril de saté in een hete ingevette grillpan in porties in 7-9 minuten goudbruin en gaar. Kwast ze tussentijds in met de achtergehouden marinade.
Lepel er wat van de satésaus over en serveer direct.