Verwarm de oven voor op 200 graden. Bekleed een bakplaat met bakpapier.
Steek 12 cirkels van ca. 8 cm doorsnede uit het deeg. Leg vier cirkels op de bakplaat. Steek uit de overige 8 cirkels kleine cirkels van ca. 5 cm. doorsnede zodat je 8 randen over houdt.
Kwast ze in met wat eierdooier en leg (met de dooierrand naar beneden) op iedere cirkel twee randen. Bestrijk de bovenkant van de randen met eierdooier en prik het midden in met een vork.
Bak in de oven in ca. 15 minuten bruin. Haal uit de oven en duw met de achterkant van een lepel de bodem wat in. Laat de bakjes afkoelen tot lauwwarm. Vul ze met ragout en serveer!
Je kunt de bakjes ook eerder op de dag maken en voor het serveren nog even kort opwarmen in de oven.